Vierde hoofdstuk: Een blog is waardevoller dan een vakblad
6 February 2009
Dit is het vierde hoofdstuk dat ik publiceer op deze ebookblog, geïnspireerd op de manier waarop Wired boeken uitgeeft. Ik heb de eerste opzet geschreven, nu is het aan jou om opbouwende kritiek en aanvullingen in de reacties te plaatsen. Laten we samen een mooi en nuttig ebook over bloggen schrijven!
Uit het eerste hoofdstuk bleek dat een weblogarchief ideaal is om terug te kijken. Tot in de details opzoeken hoe je vroeger over een bepaald fenomeen dacht, is een privilege dat vrijwel alleen bloggers genieten. Gelukkig blijft dit voorrecht niet alleen beperkt tot de schrijver, maar delen lezers ook mee in het bloggersgeluk. Met een beetje mazzel en veel inzet vormt zich rond de blog een community. Een bekend voorbeeld in de Nederlandse blogosphere is De Nieuwe Reporter. Op deze onafhankelijke groepsblog over journalistiek, technologie, nieuwe media en de publieke sfeer komen elke dag tientallen journalisten digitaal samen om te discussiëren over de toekomst van hun vak.
Toen Theo van Stegeren (manager Masteropleiding Journalistiek en Media UvA) en Martijn de Waal (freelance journalist en onderzoeker) eind 2005 de blog in het leven riepen, namen zij zich voor dat de nadruk op onderzoek naar de invloed van nieuwe media en bredere sociaal-culturele ontwikkelingen op de journalistiek moest liggen. Maar zij vroegen ook specialisten uit andere disciplines om hun visie en ervaring te delen.
In krap drie jaar is de groepsblog uitgegroeid tot een hooggewaardeerde plek waar journalisten hun professie evalueren. Noem een trend in de nieuwe media of journalistiek en de lezers van De Nieuwe Reporter hebben deze behandeld. Een beter voorbeeld voor het onderwerp van dit hoofdstuk is bijna niet te vinden. Daarom deelt mede-oprichter Theo van Stegeren in dit hoofdstuk waarom hij met De Nieuwe Reporter is begonnen, wat de blog toevoegt en hoe ook jij een blog kan beginnen waar een community kan filosoferen en discussiëren over hun interessegebied.
Nieuwsgierigheid
Van Stegeren en De Waal, beide academici met als specialiteit journalistiek, begonnen De Nieuwe Reporter vanuit een eigenschap die goede journalisten eigen is: inhoudelijke gedrevenheid. Van Stegeren: “We waren nieuwsgierig naar de toekomst van de media. We zagen dat ze het moeilijk hadden en een overzicht van de zorgelijke ontwikkelingen nog niet bestond. Ook wilden we het webloggen uitproberen. Ik kende het medium zelf nauwelijks, maar had van internetpionierende collega’s gehoord dat webloggen de toekomst had. Bovendien paste een blog bijzonder goed bij onze voornemens. We wisten namelijk al vanaf het begin dat we een groep medewerkers wilden en zochten naar bijpassende software. De technologie achter een blog leent zich goed voor meerdere redacteuren.”
Grote namen
Het voornemen om meerdere schrijvers aan te trekken, baseerde Van Stegeren op zijn ervaring met een tijdschrift dat hij vroeger had, De Reporter. “Als je continuïteit wilt garanderen, heb je een brede kring van medewerkers nodig”. Bovendien koos de academicus niet zomaar voor wat journalisten, hij vroeg bewust de grote namen. “Veel van hen bleken geïnteresseerd. De namen van deze bekende vakgenoten zoemden zo een beetje rond en leverden veel aandacht op”, vertelt van Stegeren. De beroemde journalisten moesten wel wat te melden hebben. Charles Groenhuijsen, Aad van den Heuvel en Paul Witteman hadden dat in ieder geval, zij schreven alle drie bijdrages voor De Nieuwe Reporter. Ook de hoofdredacteuren van de grote dagbladen waren en zijn op de groepsblog actief.
Succes
De combinatie tussen goede stukken en grote namen legde De Nieuwe Reporter geen windeieren. Van Stegeren: “We zijn vanaf december 2005 tot januari 2008 gegroeid tot 40,000 a 50,000 lezers per maand. De bezoekersaantallen zijn inmiddels enigszins gestabiliseerd. Hoewel het aantal nieuwsbriefabonnees – rond de 2200 – nog steeds toeneemt, lijkt het verder alsof ons publiek gevormd is”.
In hoofdstuk twee bleek dat slechts 10 procent van de bezoekers deelneemt aan blogdiscussies. Is dat bij De Nieuwe Reporter ook het geval? “Bij sommige bijdragen is goed gediscussieerd. Maar zo tijdens het dagelijkse blogverkeer vallen reacties een beetje tegen. Dit heeft er ook mee te maken dat veel mensen het gevoel hebben dat ze iets te melden moeten hebben. Ze vragen zich af of ze wel genoeg weten om andere bezoekers iets nieuws te vertellen”, weet de oprichter.
Deze houding ziet van Stegeren ook terug bij sommige bloggers van De Nieuwe Reporter, ondanks de schat aan ervaring die ze hebben. Waar een stukje voor de persoonlijke blog snel getypt is, nemen ze een bijdrage aan De Nieuwe Reporter zo serieus als een stuk in de Volkskrant. “Ik vind niet dat mensen met veel ervaring dit gevoel moeten hebben”, zegt van Stegeren. “Natuurlijk zijn we blij met gedegen bijdragen, aangezien we officieel een onderzoeksproject zijn, maar we schuwen een wat meer luchtige verslaggevingsstijl niet”. Met meer toegankelijke artikelen hoopt van Stegeren dat reageren op artikelen laagdrempeliger wordt.
De journalistiek zonder De Nieuwe Reporter
De discussies zijn belangrijk voor Van Stegeren, het is één van de voornaamste redenen waarom hij bloggen een interessante manier vindt om stil te staan bij de journalistiek: “Je leest wat vakgenoten denken. Niet alleen een kleine groep medewerkers vormen de redactie, zoals bij vakbladen het geval is, maar de honderden leden van onze community zijn potentiële auteurs. Bovendien kan iedereen reageren. Bij vaktijdschriften zie je dat niet, afgezien van een aantal ingezonden brieven.”
Als bezoekers een mening of idee hebben dat ze kunnen vertalen in een artikel, kan het na eindredactie van Maarten Reijnders of Theo Dersjant de blog op. Hoeveel van de artikelen hadden het daglicht gezien zonder De Nieuwe Reporter? Van Stegeren: “Misschien dat 15% van de bijdragen elders zou zijn gepubliceerd. Dat elders is van bescheiden omvang, het beperkt zich tot De Journalist en incidentele bijdragen in de dag- en weekbladpers. Daarnaast heb je ook nog De Internetjournalist en Netkwesties, maar beide media opereren volgens mij tamelijk geïsoleerd. Kortom, er is geen ander medium dat het journalistieke thema zo consequent en voor een relatief grote kring van geïnteresseerden volgt.”
Praktische tips: het geheim achter het succes
Wellicht wil je zelf ook een blog beginnen om met een groep vakgenoten jullie professie te evalueren. Aangezien het Van Stegeren met De Nieuwe Reporter is gelukt, heeft hij ongetwijfeld enkele goede tips. Hij gaf al aan dat grote namen aan je blog verbinden een goede manier is om aandacht te krijgen. Dat klinkt wellicht als een typisch geval van “makkelijker dan gezegd dan gedaan”, maar laat je daar niet door ontmoedigen. Mensen die succes in hun vak hebben, zijn minstens zo gepassioneerd als jij. Anders was het hen immers nooit gelukt de top te bereiken. Dus natuurlijk vindt een groot deel van deze beroepsidolen het interessant om mee te werken aan een project dat door gelijkgezinden is opgezet. Bijvoorbeeld door een gastbijdrage of een interview.
Kom professioneel over
Toen Van Stegeren zijn ideeën voor De Nieuwe Reporter werkelijkheid maakte, realiseerde hij dat vormgeving en techniek vanaf het begin af aan moeten kloppen. Van Stegeren: “Zoek net zolang door tot je goede developers en ontwerpers vindt. Dan hebben mensen gelijk een goede indruk van de blog en zien ze dat je serieus bent.” Mocht het budget hiervoor ontbreken, kijk dan eens naar de grote collectie professionele Wordpress-themes die op het web te vinden zijn. De beste designers van de wereld ontwerpen prachtige themes voor je weblog en verkopen die vervolgens voor een zacht prijsje. Nadeel is dat je geen uniek design hebt, maar met wat simpele aanpassingen valt dat bezoekers niet snel op.
Toegankelijk archief
Let tijdens het ontwikkelen van de blog ook op een duidelijke navigatie en een toegankelijk archief. Edwin Mijnsbergen gaf het in hoofdstuk 1 al aan: je archief is van onschatbare waarde voor bezoekers. Van Stegeren beaamt dit: “Negentig procent van onze bezoekers komen niet via Google maar via hun favorieten of de adresbalk. En ik zie dat veel bezoekers de artikelen van de laatste paar maanden nog veel bekijken.”
Dat komt waarschijnlijk door de grote tagcloud die in de header van De Nieuwe Reporter staat. Daardoor zien bezoekers in een oogopslag over welke onderwerpen het meest geschreven wordt. Ook staat in de zijbalk een overzicht van de meest populaire berichten.
Dat overzichtje staat ook in de nieuwsbrief die eindredacteur Maarten Reijnders wekelijks naar de 2.200 abonnees stuurt. Op die manier betrekt De Nieuwe Reporter elke zeven dagen haar publiek weer bij de blog. Een ideale manier om een community te creëren en ze kennis te laten maken met het archief.
Daar is ook voor artikelen van twee maanden oud nog genoeg interesse. Van Stegeren: “Ook van studenten, die kijken in het archief terug voor hun scriptie.”
Mensen verbinden
De studenten zijn niet de enige groep die diversiteit geven aan het publiek van De Nieuwe Reporter. Van Stegeren bespeurt een grotere ontwikkeling binnen zijn blog: “Ik merk dat De Nieuwe Reporter een brug heeft geslagen tussen traditionele en nieuwe media. Mensen in nieuwe journalistieke marges hebben nu contact met journalisten uit de traditionele tak.”
Hoe hebben de oprichters dat bereikt? Simpelweg door de diversiteit ook binnen eigen gelegerden te koesteren: “Martijn was contactpersoon voor de nieuwe media, ik voor de traditionele. Dat heeft geleid tot een mooie combinatie van twee werelden op De Nieuwe Reporter. Dit staat denk ik wel symbool voor de hele journalistiek, De Nieuwe Reporter is exemplarisch voor de toekomst van onze professie.”
Houd bij het oprichten van een (groeps)blog dus de diversiteit goed in de gaten. Vraag iemand die een andere specialiteit of opvatting heeft mee te doen. Door een gezamenlijke toon te hanteren, blijft je blog ondanks de verschillende vertegenwoordigde disciplines wel herkenbaar.
Optimisme
De toon die De Nieuwe Reporter in het begin koos, vonden lezers te negatief. Van Stegeren: ”We schetsten naar aanleiding van een enquête onder journalisten de situatie van de journalistiek op een sombere manier. Daardoor vonden veel mensen ons een stel doemdenkers bij elkaar. Daar hebben we van geleerd. We verwijzen nog steeds naar de ellendige ontwikkelingen die het vak bedreigen, maar staan ook open voor mogelijkheden, uitdagingen en nieuwe initiatieven. Optimisme is belangrijk.”
Schuw kritiek op vak of passie niet op je blog, maar koester de positieve noot. Als je lezers elke keer in een depressie stort, nemen ze je op een gegeven moment niet meer serieus.
Geen geld?
De Nieuwe Reporter ontvangt geld om de journalistiek kritisch onder de loep te kunnen blijven nemen. GeenStijl noemt ze soms gekscherend subsidiespons. Dat geld heeft de journalistieke blog echter wel nodig om elke dag een bericht te kunnen plaatsen. De oprichters zijn drukbezette academici die niet dagelijks tijd hebben voor eindredactiewerk. Betaalde medewerkers als Reijnders doen dat voor hen. Daarnaast betaalt De Nieuwe Reporter sommige auteurs. Zij zoeken ingewikkelde onderwerpen voor hen uit of interviewen uitgebreid belangrijke personen in de media.
Maar wat als je amper geld hebt? Is het dan onmogelijk om een groep mensen te vinden die met jou willen blijven schrijven over je werkgebied? Nee, absoluut niet. Dat heb ik zelf ondervonden.
Toen ik in oktober met communicatieblog Spotlight Effect begon, nam ik me voor de communicatiewetenschap naar de praktijk te vertalen. Na verloop van tijd stelde ik hier mijn studiegenoten van op de hoogte. Zij begonnen discussies in de reacties en spraken me ook in het dagelijks leven op een artikel aan. Daarom vroeg ik aan de grootste fanatiekelingen of ze een gastbijdrage wilden schrijven. Enkele hadden daar wel oren naar en schrijven nu nog steeds voor Spotlight Effect. Inmiddels niet meer zij-aan-zij met een studentenmaatje, maar in een redactie van jonge communicatieprofessionals en ambitieuze studenten.
Speur het web af naar enthousiastelingen. Betrek ze bij je blog en bouw samen een publicatie op die niet voor een vakblad onderdoet.
Wil je meer lezen over het boek?
Geen artikelen gevondenWil je op de hoogte blijven?
In september 2010 ligt mijn blogboek in de winkels. Maar dat betekent niet dat het stil is op deze blog. Ik plaats updates, overdenkingen en lessen over het schrijfproces. Abonneer je op de RSS-feed als je op de hoogte wilt blijven. Je kan ook een e-mailtje krijgen als ik een nieuw artikel plaats.
Categorie: Hoofdstukken
Tags: archief, De Nieuwe Reporter, evalueren, groepsblog, Theo van Stegeren

